Stap voor stap

Met deze tips maak je je tuin lenteklaar

Door: Annick
04-04-2017
Categorie Tuinieren

Jij bent vast al helemaal klaar voor het zonnige voorjaar. Maar is je tuin dat eigenlijk ook? Hier ontdek je alles wat je moet weten om ook dit jaar weer een stralende, gezonde tuin te behouden. Van snoeien tot maaien en van sproeien tot zaaien. Tijd om te tuinieren!

Deze planten moet je snoeien

Dus, hoe maak je je tuin lenteklaar? Welke planten moet je deze maanden snoeien? Wanneer? En hoe? Dat blijft altijd lastig om allemaal met het 'blote' hoofd te onthouden. Daarom hebben we een snoeikalender gemaakt, en die vind je op onze informatiepagina over snoeien en knippen. Om de klus goed te klaren, heb je natuurlijk wel het juiste gereedschap nodig. Je kunt immers niet voor iedere plantsoort hetzelfde gereedschap gebruiken. Daarom hebben we alles wat je nodig hebt gesorteerd op verschillende soorten takken. Van dunne naar dikke takken: een snoeischaar, een takkenschaar, een boomschaar en een boomzaag. Nóg groter snoeiwerk? Dan zijn de elektrische heggenscharen en kettingzagen helemaal geknipt.

Snoeien: welke planten, wanneer en hoe?

  1. Clematis (maart, april): deze plant hoef je eigenlijk alleen te snoeien als het een wirwar van stengels is. Als je de plant toch flink wilt inperken, dan is maart de beste maand om dit te doen.
  2. Hortensia (maart): alleen de pluimhortensia en de Hydrangea arborescens moet worden gesnoeid. Heb je een kleine plant, dan knip je hem tot 15cm boven de grond af. Bij een grote plant hoeven alleen de bloemen eraf.
  3. Klimroos (maart of begin van de zomer): heb je een doorbloeiende klimroos? Snoei hem dan in maart, zodra er overdag geen vorst meer is. Ben je de trotse eigenaar van een klimroos die slechts eens per jaar bloeit, dan moet je echter goed opletten. Deze klimrozen mogen namelijk niet in het voorjaar worden gesnoeid, omdat ze het jaar daarvoor al knoppen hebben gekregen. Ga je dit type klimrozen snoeien in maart, dan betekent het dus het einde van je geliefde plant. Snoei de klimroos in plaats daarvan pas nadat de rozen voor het eerst hebben gebloeid, dus aan het begin van de zomer.
  4. Lavendel (half maart tot begin april): zodra de strengste vorst voorbij is, eind maart/begin april, kan de hoofdsnoei plaatsvinden. Daarbij neem je met een haagschaar ongeveer eenderde van de plant terug, tot ongeveer tien tot vijftien centimeter boven de grond. Zorg altijd dat er nog wat blad aan de takken blijft zitten, want anders loopt de plant niet meer uit. In het voorjaar (als de lavendel gaat bloeien) is het verstandig de plant een paar keer te toppen. Bij jonge planten kan je dit ongeveer drie keer doen. Ze bloeien dan wel wat later, maar worden ook veel ouder.
  5. Vlinderstruik (vanaf half maart tot eind april): wanneer er geen periodes met zware nachtvorst meer voorkomen, mag je de vlinderstruik snoeien tot op een of twee knoppen.
  6. Buxus (na half mei): een buxus moet je minimaal twee keer per jaar snoeien, maar voor het mooiste resultaat kun je dat zelfs beter vier keer per jaar doen. De beste tijd om de buxus te snoeien is eind mei. De tweede keer snoei je hem begin september en daartussen kun je hem ook een aantal keer snoeien. Hoe vaker je een buxus snoeit, hoe voller hij wordt.
  7. Hagen (na half mei, voor 21 juni): waarom per se voor 21 juni? Nou, omdat de planten daarna een nieuwe groei-impuls krijgen. De bovenkant van een haag knip je smaller dan aan onderkant, zodat de hele haag genoeg zonlicht krijgt en er geen gaten in komen. Knip de takken aan de bovenkant weg om de hoogte te bepalen. Snoei een coniferen haag niet te diep terug , laat wat groene takken zitten . De bruine takken binnen in de haag komen anders in het zicht, wat er lelijk uitziet. Hoe vaker je een haag snoeit, hoe dichter hij wordt.
  8. Fruitbomen: (april/mei of augustus/september): fruitbomen snoeien doe je zodat er weer nieuwe takken kunnen groeien. Knip oude takken en takken die weinig vrucht geven weg met een snoeischaar of takkenschaar. Verwijder takken altijd op ongeveer tien centimeter vanaf de stam. Wanneer een tak in twee takken splitst (vergaffeling), dan moet je een van de twee takken verwijderen. Ook naar beneden of naar binnen groeiende takken kun je wegknippen.

Een vijver vol leven

Je zou het misschien niet denken, maar in het voorjaar moet er toch al veel gedaan worden aan de vijver. Denk bijvoorbeeld aan het onderhoud van je waterplanten: dode waterplanten verwijderen, vijvermandjes verversen van aarde en het grind verschonen. Doe dat echter niet allemaal te gelijk, want dat kan de balans in de vijver verstoren. Ook het controleren en bijstellen van de waterkwaliteit verdient aandacht. Bij een slechte waterkwaliteit herstelt het biologische evenwicht zich namelijk moeilijk, en het kan ook slecht zijn voor de gezondheid van vissen. Om alg (de grote concurrent van je waterplanten) en groen water te voorkomen, gebruik je alvast algenbestrijding. Ook is het voorjaar een goed moment om alle apparatuur van de vijver te checken en zo nodig onderhoud te plegen, bijvoorbeeld aan de vijverpomp, het vijverfilter en de vijverstofzuiger.

Vijvertemperatuur, PH-, gH- en kH-waarde

De ideale vijvertemperatuur in het voorjaar ligt rond de 15 graden. Na de winter is de waterkwaliteit van de vijver vaak niet optimaal. De zuurgraad, oftewel de PH-waarde, is na de winter meestal te laag. Dit geldt ook voor de gH-waarde van het water (de hardheid van het water) en voor de carbonaathardheid (de kH-waarde). Een hoge kH houdt de PH op pijl. Om je waterkwaliteit optimaal te krijgen, kun je het best onderstaand schema aanhouden. En met een vijverkuur voor PH/gH/kH meters moet het helemaal goed komen.

De ideale waardes:

  • pH 7-8,5: corrigeren met - PH-Min
  • gH 10 of hoger: corrigeren met - GH-plus of biostable
  • kH 6 of hoger: corrigeren met - KH-plus

Ga voor een gezond gazon

Het blijft de ultieme frustratie: een bruin of kaal plekje in je gazon. Dat wil natuurlijk niemand. Om zulke fratsen dit jaar te voorkomen, kun je er maar beter op tijd bij zijn. Het is daarom slim om de volgende tips over bemesten, besproeien, zaaien, maaien en verticuteren ten harte te nemen. Je tuin is pas lenteklaar met een fraai, groen gazon!

  1. Bemesten: In maart/april wil het gras weer gaan groeien. Met bemesting help je het gazon daar een handje bij, want bemesting biedt dan de nodige voedingstoffen voor het gazon. Je kunt kiezen voor verschillende soorten mest. Organische mest heeft een betere groei en een betere structuur voor de bodem, maar kunstmest werkt sneller. Voor een gelijkmatige bemesting is het handig om daarbij een strooiwagen te gebruiken.
  2. Besproeiing: Wanneer er net een nieuw gazon is ingezaaid, is het belangrijk om veel te water te sproeien zodat de wortels kunnen groeien. Vaak zal het gazon genoeg water krijgen dankzij de regen die nog valt, maar wanneer er periodes van droogte zijn, is het noodzakelijk om je gazon regelmatig te besproeien. Houd wel rekening met de tijd van het sproeien. Bij het overdag sproeien is de kans groot dat de zon het water laat verdampen. Of sterker nog; dat het gras verbrandt, omdat de druppels werken als een klein vergrootglas. Bewateren kan beter in de avond zodat het gazon de hele nacht door het vocht kan opnemen.
  3. Zaaien: Wanneer je door de koude of lange winter kale plekken krijgt in je gazon, dan kun je dit zonder probleem bijzaaien. Je kunt zaaien tussen half april en eind mei met een temperatuur hoger dan 15 graden, want dan is het gunstiger voor het gezaaide gras om succesvol te kunnen groeien. Voor gelijkmatig zaaien kun je ook gebruik maken van een strooiwagen.
  4. Maaien: In maart kun je het gazon ook weer voor het eerst dit jaar weer gaan maaien. Hierbij is het verstandig dat de messen van de grasmaaier hoog worden afgesteld. Naarmate het jaar vordert kun je deze verlagen door de temperatuurstijging. Wanneer het warmer is dan 30 graden, kun je het gazon beter met rust laten, want het pas gemaaide gras is dan kwetsbaarder voor verbranding.
  5. Verticuteer: Verticuteren is het schoon en gezond houden van je gazon, met behulp van een verticuteermachine of een verticuteerhark. Die prikt als het ware gaatjes in de grond, waardoor je voorkomt dat er te weinig zuurstof, structuur en voedingstoffen in de grond zitten. Zo wordt je gazon dichter begroeid. Een dunne viltlaag is goed voor je gazon, want dan is het beschermd tegen hitte en vochtverlies. Alleen als die laag te dik wordt, is het echt tijd om te gaan verticuteren. Dat doe je in de maand maart wanneer er geen nachtvorst meer is. Omdat het weghalen van mos met de hand een vervelende klus is, kun je het beste een verticuteermachine gebruiken.

Beregeningsschema bij punt 2:

  • Temperatuur 0-15 graden: niet sproeien
  • Temperatuur 16-20 graden: 30 minuten sproeien op zandgrond, 15 minuten sproeien op kleigrond
  • Temperatuur 21-25 graden: 60 minuten sproeien op zandgrond, 30 minuten sproeien op kleigrond
  • Temperatuur 26-30 graden: 120 minuten sproeien op zandgrond, 80 minuten sproeien op kleigrond

Okay, genoeg gelezen: tijd om aan de slag te gaan in de tuin.

Tuin Lenteklaar Slide1
Annick Schavemaker bol.com Thuis Magazine Annick