Header Bbq Mythes
Lifehack

Verbeter je grill skills: de vijf grootste BBQ mythes ontkracht

Door: Lot
3-5-2017

Barbecueën deed je misschien al best behoorlijk, maar het kan natuurlijk altijd beter. Door even door een paar hardnekkige BBQ mythes heen te prikken bijvoorbeeld. Komen ze:

Mythe 1

Om vlees lekker sappig te houden, stook je je barbecue zo hoog mogelijk op en laat je het eerst dichtschroeien.

Dit is zonder twijfel een van de meest gehoorde BBQ mythes. Zo’n snel gegaarde buitenkant zou voorkomen dat vleessappen ontsnappen, waardoor je stukje vlees mals blijft. Hoe plausibel dat ook klinkt, het klopt niet helemaal. Dichtschroeien geeft inderdaad een knapperig, smaakvol laagje aan je vlees (de zogenaamde maillardreactie), maar op de mate van malsheid heeft het geen effect. Hitte onttrekt vocht uit de cellen en kan je vlees juist droog maken. Echte grillmasters geven elk soort vlees daarom een eigen grillbehandeling: dunne lappen schroei je inderdaad kort op hoog vuur, that’s it. Houd voor dikkere stukken vlees (steaks en flinke hamburgers bijvoorbeeld) een hete zone op de BBQ paraat om het dicht te schroeien en een matig hete zone waarop het kan garen. Barbecues met een in hoogte verstelbaar rooster zijn hiervoor ideaal. Of schuif de kooltjes of brikketten naar één kant, ook een optie. Bij mager vlees zoals runderhaas is het slim om vet toe te voegen. Dat kan door het te marineren of met pancetta of bacon te bereiden. Kip heeft trouwens van begin tot eind een wat lagere temperatuur nodig om te garen zonder uit te drogen, en vis een nog lagere temperatuur.

Mythe 2

Van tevoren zout strooien over het vlees maakt het droog en taai.

Zout kan inderdaad vocht onttrekken aan vlees, vandaar dat men het vroeger vaak pekelde om de houdbaarheid te verlengen. Maar zolang je het vlak voor het grillen doet en niet uren van tevoren, is er niks aan de hand. Voeg gerust een stevige snuf zout toe of leg het vlees op of onder een zoutsteen, dat zorgt juist voor een lekker korstje.

Sfeer Bbq Mythes

Mythe 3

Satéprikkers moet je eerst een half uur in water leggen, zodat ze tijdens het grillen niet verbranden.

Heeft geen zin. De hoeveelheid water die satéstokjes kunnen opnemen stelt weinig voor en het is ook zo verdampt. Wat wel werkt is aluminiumfolie om de uiteinden van de stokjes wikkelen. Alles wat op hoge temperatuur gegrild moet worden kun je trouwens het beste aan metalen spiezen prikken. Bewaar satéprikkers liever voor alles waar minder hitte voor nodig is, zoals kip, vis en gamba’s.

Mythe 4

Barbecueën gaat beter met briketten dan met houtskool.

Dat ligt eraan. Houtskool brandt makkelijk en is daarom vooral geschikt voor vlakke, open barbecues en het snel dichtschroeien van vlees. Al na een kwartier verschijnt een grijze aslaag, het teken dat er gegrild kan worden. Briketten hebben daar een half uur voor nodig, maar in tegenstelling tot houtskool behouden die wel langer een hoge temperatuur om vervolgens ook weer langzaam af te koelen. De hitte wordt hierdoor wat gelijkmatiger verdeeld en dat maakt ze heel geschikt voor afgesloten barbecues, zoals de kogelbarbecue. Je kunt ook kiezen voor een combinatie van beide: stook de boel snel op met houtskool en voeg daarna briketten toe om de temperatuur vast te houden.

Mythe 5

Bij roken op de barbecue met behulp van houtsnippers geldt: hoe meer rook, hoe beter de smaak.

Nog een van die hardnekkige BBQ mythes: een witte rookpluim maakt indruk, maar ondertussen hebben je smeulende houtsnippers wel te maken met zuurstofgebrek. Een sliertje amper zichtbare rook, ‘blauwe rook’ in barbecuejargon, is een beter teken. Het geeft aan dat het hout langzaam rookt zonder te verbranden, en dat geeft veel smaak af.

Dag BBQ mythes

Heb je zin gekregen om je grill skills te testen? Ontdek dan deze drie verrassende barbecue-recepten.

Lot
Lot